Kaarslicht door de eeuwen heen

Gepubliceerd op 16 augustus 2020 om 09:32

Doorheen de geschiedenis was de kaars een belangrijke bron van licht. Echter was het gebruik ervan verre van ideaal.  De vlam gaf maar weinig licht en was erg kwetsbaar voor invloeden van buitenaf.

Door de eeuwen heen heeft de mens manieren en technieken bedacht waarmee ze het kaarslicht toch optimaal konden benutten.

De eerste kaarsen

Kaarsen worden al eeuwen gebruikt. De eerste voorlopers van kaarsen werden gevonden in het graf van Toetanchamon. Dit waren stukken touw waarrond een laagje vet zat.

De kaarsen zoals we ze nu kennen, werden uitgevonden door de Etrusken die in Midden Italië heersten in de 7e en 6e voor Christus. Zij hebben de ambacht van het kaarsen maken uitgevonden en hun kennis overgedragen naar de Romeinen, die het op hun beurt over hun hele rijk hebben verspreid.

Bijenwas en vet

In het begin werden kaarsen uit twee soorten materialen gemaakt : bijenwas en vet. Dit vet kon zowel van plantaardige als dierlijke oorsprong zijn. Men gebruikte gewoon wat er voorhanden was.

Het was wel zo dat vetkaarsen minder handig waren in warme streken. Bij hogere temperaturen werden deze namelijk zacht waardoor ze ombogen of sneller op brandden.

 

Waskaarsen brandden veel langer, maar waren veel duurder dan vetkaarsen. Hierdoor werden ze vooral gebruikt bij speciale gelegenheden of enkel in de rijke huishoudens.

Bijenwaskaarsen uit de 6e of 7e eeuw na Christus

De Middeleeuwen

Tijdens de Middeleeuwen waren kaarsen dé kunstmatige lichtbron. Het gebruik ervan nam enorm toe en kaarsenmaker werd een alom gerespecteerd beroep en vormden de kaarsenmakers zich tot machtige gilden.
Goedkopere kaarsen werden gemaakt van talg (dierlijk vet), de betere en daarmee ook veel duurdere kaarsen, van bijenwas.

Vanaf de 15e eeuw slaagde men er in om met goedkopere werktuigen kaarsen te fabriceren. Hierdoor werd het gebruik ervan ook voor de lagere klassen mogelijk gemaakt.

In die tijd had men al voldoende kunde om kaarsen heel regelmatig te laten branden. Zo regelmatig, dat men ze ook als klok begon te gebruiken. Er waren zowel 12- als 24 uurs kaarsen verkrijgbaar. Deze kaarsen hadden horizontale ringen die de uren aangaven.

Technologische vernieuwingen

In de loop van de 18e eeuw ontstond er een grote vraag naar betere verlichting onder invloed van de groeiende wereldhandel en de industriële revolutie. Dit leidde tot een hele reeks aan uitvindingen die ervoor zorgden dan kaarsen beter werden van kwaliteit. Vooral tegen het walmen en druipen werden oplossingen gevonden.

Er zijn drie grote ontdekkingen die hiertoe hebben bijgedragen.

  • Ten eerste bedacht de Fransman Cambacères de gevlochten katoenen lont. Deze lonten verkoolden niet zo erg als de voorgaande getwijnde lonten die er walmden en roet verspreidden.
  • Ten tweede ontdekte Chevreul stearinezuur. Door stearinezuur aan kaarsen toe te voegen, wordt het smeltpunt hoger. Hierdoor hebben kaarsen minder last van warme omgevingstemperaturen en druipen ze minder.
  • Ten slotte heeft de uitvinding van paraffine ervoor gezorgd dat kaarsen veel goedkoper konden worden geproduceerd. Daarnaast heeft paraffine een hoge lichtintensiteit.

De verdere technologische ontwikkelingen zoals het gaslicht en de petroleumlamp en de uitvinding van de gloeilamp, heeft ervoor gezorgd dat de kaars niet langer de voornaamste bron van licht was.

 

Kaarsen worden nu vooral gebruikt om sfeer te scheppen omwille van het zachte licht dat ze verspreiden. Hoewel daar intussen ook al alternatieven voor zijn uitgevonden (denk aan de ledkaarsen), zullen kaarsen in het dagelijkse leven nog altijd een plaatsje innemen voor speciale gelegenheden. Denk maar aan de kaarsjes op een verjaardagstaart of de adventskaarsen in aanloop naar Kerst. 

 

Groetjes
Melissa


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.